User:Ed Jussen/Black sea, flooding after ice age
| NOTICE, please do not remove from top of page. | |
| I released this article to Wikipedia. In particular, the identical text that appears there is of my sole authorship. Therefore, no credit for Wikipedia content on the Citizendium applies. | |
| Check the history of edits to see who inserted this notice. |
The Black Sea was around 7.500 b.C. a gigantic lake of freshwater with a surface of 325.000 - 350.000 km². Today however the surface is 422.000 km². During the last Ice-age, the Wisconsinan glacial:
- The level of the oceans and the (therewith connected) Mediterranean Sea was around 120 meter lower than today (because a lot of water was stored in enormous masses of landice).
- The level of the Black Sea was 70-155 meter lower than today because of evaporation and a low rate of supply of riverwater.
Where the Bosphorus is today, there was only a dry depression of aroud 15-50 meter deep.
So there was no connection between the Mediterranean Sea and the Black Sea. The Black Sea contained more and more freshwater because of the supply of several rivers.[1].
As after the Ice-age the sealevel rose again, there came a moment where the Mediterranean Sea and the Black Sea reconnected. About how exactly that happened there are several theories:
- William Ryan supposed a quick, possibly even catastrophic reconnection of the Black Sea with the Mediterranean Sea during 1-3 years around 5600 b.C.
- Candace O. Major on the other hand supposed that the Blach Sea reconnected with the Mediterranean Sea in a quiet way during 10-200 years around 7400
- Turneya en Brown proposed an compromise and also proposed a theory about how the Neolithicum could have spread from the Middle-East to Europe because of the flooding of the Blach Sea.
Theory of catastrophical flooding of the Black Sea around 5600 b.C.
William Ryan discovered a layer of shell-gravel, lying all over what is the bottom of the Black Sea today and existing completely of shells of the freshwater-mollusca (snail) Dreissena. Their oxygen-isotopes-rate[2] suggests that they formed in a freshwater-environment. C14 dating of the shell-gravel revealed an age of 12.700 - 8400 b.C. and C14 dating of the mollusca's in this layer revealed an age of 6250 b.C.
In the zone from today's shore unto a depth of 140 meter, this layer is cut by meandering watercourses, riverdelta's and beaches. In this zone lays under the layer of shell-gravel a claylayer rich on vegetable-material, roots, snails and cut by dehydration-cracks. It looks like this was a coastal swamp.
Over the omnipresent layer of shell-gravel lays sapropel, a dark-colored sediment, rich in organic matter, putrefied without the presence of oxygen. This jellylike, structureless layer, having everywhere the same thickness, coveres the whole bottom of the Black Sea.
Previously done researches already reported layers of loess, tide-lines, costal sediments, beach terraces and riverbeds from a period between 15.780 and 7660 b.C. on depths between 93 and 122 meter suggesting that the surface of the Black Sea was in the Ice Age at least 110 m lower than today.
Ryan supposes two possible explanations for what he has found:
- Around 10.000 b.C. the Ice age was finished and the oceans started to rise again. Around 7000 b.C. the level of the Mediterranean Sea was around 35 meter below the level of today [3]. That is the depth of the Bosphorus today. It is possible that the water of the Meditarenean Sea then started to fill up the Black Sea in the form of a tiny creek. But the sapropol formed only 2000 years later. This possibly could be caused by the fact that the (heavier) salt water of the Mediterranean Sea slowly sank to the bottom af the Black Sea and only 2000 years later became anoxic (without oxygen) which lead to the formation of sapropel.[4]
- Around 5600 v. Chr. salt-tolerant flora and fauna replaced suddenly a flora and fauna that were living in freshwater and would be unable to survive the inflow of salt water (except in the estuaries of rivers). Around the same time also appeared a different type of mollusca's [5]. Corings demonstrated that the Bosphorus in 2005 was covered with a layer of sediments and that the hard rock lays on a depth of at least 85 meter. Ryan supposed that there was a sediment-layer with a thickness of 70 meter in the Bosphorus. This level was reached around 5600 b.C. by the oceans (and the thereby connected Meditarrean Sea). Then salt water poured through a small passage. Because of this flow more sediments were washed off, the flow got stronger, the passage grew and so on. After all the sediments were washed away, there left a passage that could pass more than 50 km3 water a day. It was a real torrent. At first the level of the Black Sea rose with dozens of centimeters each day. Later that speed slowed down, because the surface of the lake grew larger. Around 100.000 km2 land was flooded within one to three years.
Source
Marine Geology 138 (1997) 119-126, An abrupt drowning of the Black Sea shelf. William B.F. Ryan, et al (Including Candace 0. Major).
Researchmethods
- Coring of flora, fauna, shells and sediments.
- C14-dating.
- Determination of the relationship between the oxygen-isotopes O18/O16.
Theory of "quiet" flooding of the Black Sea around 7400 b.C.
Candace O. Major stelt dat de Zwarte Zee tussen ca. 15.700 en ca. 14.200 v. Chr. [6] vóor de Bølling warmteperiode, door de toevoer van zeer veel smeltwater met sedimenten van Finse, Scandinavische en Alpen gletsjers zo hoog stond, dat hij (bijna) overvloeide in de Middellandse Zee.
Daarna stopte de toevoer van deze noordelijke gletsjers en zou er zou een dalende waterspiegel van het meer zijn geweest gedurende relatief warme perioden (Bølling-interstadiaal, Allerød-interstadiaal en Preboreaal) vanwege de toegenomen verdamping. En er zou weer een hogere waterspiegel zijn geweest gedurende de koude perioden daartussen (zoals de jonge Dryas) vanwege toenemende toevoer door rivieren met minder verdamping. Hoewel de jonge Dryas een zeer droge (en koude) periode was, lijkt de Zwarte Zee toen toch te zijn gestegen tot misschien wel de hoogte van 30 meter onder het huidige niveau, waarop hij mogelijk nogmaals kon uitstromen in de Middellandse Zee.
Ten slotte was er circa 7400 v. Chr. waarschijnlijk weer een verbinding met de oceaan. Dit is eerder dan de 5600 v. Chr. die voorheen werd voorgesteld door Ryan [7]. De open verbinding met de oceaan is aantoonbaar door het verschijnen van zout-tolerante mollusken, waarvan de calciumcarbonaat (CaCO3) van de schelpen een grotere hoeveelheid aan δ18O isotoop vertoont. Dit verschil begint op te treden tussen 8100–6850 v. Chr. Rond 7000 v. Chr. zou deze overgang voltooid zijn. Circa 5600 v. Chr. was het zoutgehalte hoog genoeg en verschenen de sapropeel-sedimenten waar Ryan zijn eerdere datering van een mogelijk catastrofale overstroming op baseerde[8].
Boorkernen van ondieper dan 80 meter onder het huidige niveau van de Zwarte Zee tonen een laag uit 7400 v. Chr. (vrijwel direct daaronder zitten veel oudere lagen). Boven deze laag zit de latere zout-tolerante fauna die kwam na de reconnectie. Dit suggereert dat het peil van de Zwarte Zee ten tijde van de reconnectie 70–90 meter onder het huidige niveau was. Op die diepte is nu een ondergelopen kustlijn te zien.
De datering van de eerste zouttolerante fauna in de Zwarte Zee (7400 v. Chr.) suggereert dat de Middellandse Zee toen 30 meter onder het huidige niveau stond. Het overvloeien van de monding van de Sakarya rivier (Noordwest-Turkije) begon pas kort na 7000 v. Chr. Dit suggereert een geleidelijke stijging van het niveau van de Zwarte Zee na de reconnectie [9]
Source
Quaternary Science Reviews 26 (2007) 2036–2041, Catastrophic early Holocene sea level rise, human migration and the Neolithic transition in Europe, Chris S.M. Turneya, Heidi Brown
Researchmethods
Er is onderzoek gedaan aan sedimenten uit boorkernen van allerlei diepten en van diverse missies. Onderzocht zijn monsters van: klei, modder en overblijfselen van flora en fauna[10]. Men heeft hiervan bepaald:
- de zuurstofisotopen-analyse (δ18O) - mbv. massaspectrometrie.
- de verhouding van strontium 86Sr/87Sr/88Sr isotopen [11]. Hiervoor werd Strontium gezuiverd uit molluskschelpen en uit klei. Analyse mbv. massaspectrometrie.
- de verhouding strontium en calcium uit calciumcarbonaat van molluskschelpen. Analyse mbv. massaspectrometrie
- mineralenonderzoek van kleilagen, zoals: illiet en Kaolien
- Verder voor de ijking: 14C-datering van schelpen.
Het vóórkomen van deze stoffen en de verhoudingen waarin zij voorkomen zijn reacties op belangrijke variabelen in de omgeving als temperatuur en zoutgehalte. [12]
Theory of (less catastrophic) flooding of the Black Sea around 6500 b.C. and spreading of Neolithicum
Turneya en Brown stellen dat de Zwarte Zee tussen 7400 – 5500 v. Chr. (op catastrofale wijze) is overstroomd vanuit de Middellandse Zee. Uit C14-datering van mollusken menen zij deze instroom rond 6300 v. Chr. te kunnen dateren. Deze overstroming zou veroorzaakt zijn door de abrupte zeespiegelstijging van 1,4 meter ten gevolge van het instorten van de Laurentidegletsjer in Amerika (tussen 6740 - 6160 v. Chr.). Deze plotselinge stijging van de oceanen zou het doorbreken van de barrière in de Bosporus veroorzaakt hebben. De overstroming van de Zwarte Zee zou vervolgens hebben geleid tot een versnelde verspreiding van de Neolithische cultuur over Europa (de omslag van jager-verzamelaars naar neolithische boeren).
Bekijken we alleen de stijging van de zeespiegel van 1,4 meter ten gevolge van het instorten van de Laurentidegletsjer rond 6300 v. Chr. dan zou in Anatolië, Cyprus en het Nabije Oosten 1120 km2 land zijn overstroomd. Bij een bevolkingsdichtheid van 2 per km2 zou dat circa 2200 mensen hebben gedwongen om te verhuizen. Dit kan echter de grote uitbreiding van het Neolithicum rond 6200 v. Chr. niet verklaren.
| NOTICE, please do not remove from top of page. | |
| I released this article to Wikipedia. In particular, the identical text that appears there is of my sole authorship. Therefore, no credit for Wikipedia content on the Citizendium applies. | |
| Check the history of edits to see who inserted this notice. |
The Black Sea was around 7.500 b.C. a gigantic lake of freshwater with a surface of 325.000 - 350.000 km². Today however the surface is 422.000 km². During the last Ice-age, the Wisconsinan glacial:
- The level of the oceans and the (therewith connected) Mediterranean Sea was around 120 meter lower than today (because a lot of water was stored in enormous masses of landice).
- The level of the Black Sea was 70-155 meter lower than today because of evaporation and a low rate of supply of riverwater.
Where the Bosphorus is today, there was only a dry depression of aroud 15-50 meter deep.
So there was no connection between the Mediterranean Sea and the Black Sea. The Black Sea contained more and more freshwater because of the supply of several rivers.[13].
As after the Ice-age the sealevel rose again, there came a moment where the Mediterranean Sea and the Black Sea reconnected. About how exactly that happened there are several theories:
- William Ryan supposed a quick, possibly even catastrophic reconnection of the Black Sea with the Mediterranean Sea during 1-3 years around 5600 b.C.
- Candace O. Major on the other hand supposed that the Blach Sea reconnected with the Mediterranean Sea in a quiet way during 10-200 years around 7400
- Turneya en Brown proposed an compromise and also proposed a theory about how the Neolithicum could have spread from the Middle-East to Europe because of the flooding of the Blach Sea.
Theory of catastrophical flooding of the Black Sea around 5600 b.C.
William Ryan discovered a layer of shell-gravel, lying all over what is the bottom of the Black Sea today and existing completely of shells of the freshwater-mollusca (snail) Dreissena. Their oxygen-isotopes-rate[14] suggests that they formed in a freshwater-environment. C14 dating of the shell-gravel revealed an age of 12.700 - 8400 b.C. and C14 dating of the mollusca's in this layer revealed an age of 6250 b.C.
In the zone from today's shore unto a depth of 140 meter, this layer is cut by meandering watercourses, riverdelta's and beaches. In this zone lays under the layer of shell-gravel a claylayer rich on vegetable-material, roots, snails and cut by dehydration-cracks. It looks like this was a coastal swamp.
Over the omnipresent layer of shell-gravel lays sapropel, a dark-colored sediment, rich in organic matter, putrefied without the presence of oxygen. This jellylike, structureless layer, having everywhere the same thickness, coveres the whole bottom of the Black Sea.
Previously done researches already reported layers of loess, tide-lines, costal sediments, beach terraces and riverbeds from a period between 15.780 and 7660 b.C. on depths between 93 and 122 meter suggesting that the surface of the Black Sea was in the Ice Age at least 110 m lower than today.
Ryan supposes two possible explanations for what he has found:
- Around 10.000 b.C. the Ice age was finished and the oceans started to rise again. Around 7000 b.C. the level of the Mediterranean Sea was around 35 meter below the level of today [15]. That is the depth of the Bosphorus today. It is possible that the water of the Meditarenean Sea then started to fill up the Black Sea in the form of a tiny creek. But the sapropol formed only 2000 years later. This possibly could be caused by the fact that the (heavier) salt water of the Mediterranean Sea slowly sank to the bottom af the Black Sea and only 2000 years later became anoxic (without oxygen) which lead to the formation of sapropel.[16]
- Around 5600 v. Chr. salt-tolerant flora and fauna replaced suddenly a flora and fauna that were living in freshwater and would be unable to survive the inflow of salt water (except in the estuaries of rivers). Around the same time also appeared a different type of mollusca's [17]. Corings demonstrated that the Bosphorus in 2005 was covered with a layer of sediments and that the hard rock lays on a depth of at least 85 meter. Ryan supposed that there was a sediment-layer with a thickness of 70 meter in the Bosphorus. This level was reached around 5600 b.C. by the oceans (and the thereby connected Meditarrean Sea). Then salt water poured through a small passage. Because of this flow more sediments were washed off, the flow got stronger, the passage grew and so on. After all the sediments were washed away, there left a passage that could pass more than 50 km3 water a day. It was a real torrent. At first the level of the Black Sea rose with dozens of centimeters each day. Later that speed slowed down, because the surface of the lake grew larger. Around 100.000 km2 land was flooded within one to three years.
Source
Marine Geology 138 (1997) 119-126, An abrupt drowning of the Black Sea shelf.
William B.F. Ryan, et al (Including Candace 0. Major).
Researchmethods
- Coring of flora, fauna, shells and sediments.
- C14-dating.
- Determination of the relationship between the oxygen-isotopes O18/O16.
Theory of "quiet" flooding of the Black Sea around 7400 b.C.
Candace O. Major stelt dat de Zwarte Zee tussen ca. 15.700 en ca. 14.200 v. Chr. [18] vóor de Bølling warmteperiode, door de toevoer van zeer veel smeltwater met sedimenten van Finse, Scandinavische en Alpen gletsjers zo hoog stond, dat hij (bijna) overvloeide in de Middellandse Zee.
Daarna stopte de toevoer van deze noordelijke gletsjers en zou er zou een dalende waterspiegel van het meer zijn geweest gedurende relatief warme perioden (Bølling-interstadiaal, Allerød-interstadiaal en Preboreaal) vanwege de toegenomen verdamping. En er zou weer een hogere waterspiegel zijn geweest gedurende de koude perioden daartussen (zoals de jonge Dryas) vanwege toenemende toevoer door rivieren met minder verdamping. Hoewel de jonge Dryas een zeer droge (en koude) periode was, lijkt de Zwarte Zee toen toch te zijn gestegen tot misschien wel de hoogte van 30 meter onder het huidige niveau, waarop hij mogelijk nogmaals kon uitstromen in de Middellandse Zee.
Ten slotte was er circa 7400 v. Chr. waarschijnlijk weer een verbinding met de oceaan. Dit is eerder dan de 5600 v. Chr. die voorheen werd voorgesteld door Ryan [19]. De open verbinding met de oceaan is aantoonbaar door het verschijnen van zout-tolerante mollusken, waarvan de calciumcarbonaat (CaCO3) van de schelpen een grotere hoeveelheid aan δ18O isotoop vertoont. Dit verschil begint op te treden tussen 8100–6850 v. Chr. Rond 7000 v. Chr. zou deze overgang voltooid zijn. Circa 5600 v. Chr. was het zoutgehalte hoog genoeg en verschenen de sapropeel-sedimenten waar Ryan zijn eerdere datering van een mogelijk catastrofale overstroming op baseerde[20].
Boorkernen van ondieper dan 80 meter onder het huidige niveau van de Zwarte Zee tonen een laag uit 7400 v. Chr. (vrijwel direct daaronder zitten veel oudere lagen). Boven deze laag zit de latere zout-tolerante fauna die kwam na de reconnectie. Dit suggereert dat het peil van de Zwarte Zee ten tijde van de reconnectie 70–90 meter onder het huidige niveau was. Op die diepte is nu een ondergelopen kustlijn te zien.
De datering van de eerste zouttolerante fauna in de Zwarte Zee (7400 v. Chr.) suggereert dat de Middellandse Zee toen 30 meter onder het huidige niveau stond. Het overvloeien van de monding van de Sakarya rivier (Noordwest-Turkije) begon pas kort na 7000 v. Chr. Dit suggereert een geleidelijke stijging van het niveau van de Zwarte Zee na de reconnectie [21]
Source
Quaternary Science Reviews 25 (2006) 2031–2047, The co-evolution of Black Sea level and composition through the last deglaciation and its paleoclimatic significance.
Candace O. Major et al (including William B.F. Ryan).
Researchmethods
Er is onderzoek gedaan aan sedimenten uit boorkernen van allerlei diepten en van diverse missies. Onderzocht zijn monsters van: klei, modder en overblijfselen van flora en fauna[22]. Men heeft hiervan bepaald:
- de zuurstofisotopen-analyse (δ18O) - mbv. massaspectrometrie.
- de verhouding van strontium 86Sr/87Sr/88Sr isotopen [23]. Hiervoor werd Strontium gezuiverd uit molluskschelpen en uit klei. Analyse mbv. massaspectrometrie.
- de verhouding strontium en calcium uit calciumcarbonaat van molluskschelpen. Analyse mbv. massaspectrometrie
- mineralenonderzoek van kleilagen, zoals: illiet en Kaolien
- Verder voor de ijking: 14C-datering van schelpen.
Het vóórkomen van deze stoffen en de verhoudingen waarin zij voorkomen zijn reacties op belangrijke variabelen in de omgeving als temperatuur en zoutgehalte. [24]
Theory of (less catastrophic) flooding of the Black Sea around 6500 b.C. and spreading of Neolithicum
Turneya en Brown stellen dat de Zwarte Zee tussen 7400 – 5500 v. Chr. (op catastrofale wijze) is overstroomd vanuit de Middellandse Zee. Uit C14-datering van mollusken menen zij deze instroom rond 6300 v. Chr. te kunnen dateren. Deze overstroming zou veroorzaakt zijn door de abrupte zeespiegelstijging van 1,4 meter ten gevolge van het instorten van de Laurentidegletsjer in Amerika (tussen 6740 - 6160 v. Chr.). Deze plotselinge stijging van de oceanen zou het doorbreken van de barrière in de Bosporus veroorzaakt hebben. De overstroming van de Zwarte Zee zou vervolgens hebben geleid tot een versnelde verspreiding van de Neolithische cultuur over Europa (de omslag van jager-verzamelaars naar neolithische boeren).
Bekijken we alleen de stijging van de zeespiegel van 1,4 meter ten gevolge van het instorten van de Laurentidegletsjer rond 6300 v. Chr. dan zou in Anatolië, Cyprus en het Nabije Oosten 1120 km2 land zijn overstroomd. Bij een bevolkingsdichtheid van 2 per km2 zou dat circa 2200 mensen hebben gedwongen om te verhuizen. Dit kan echter de grote uitbreiding van het Neolithicum rond 6200 v. Chr. niet verklaren.
Spreading of Neolithicum
<<< Van Ryan: Het onderlopen van dit uitgestrekte land zou mogelijk de verspreiding van de vroege neolithische cultuur naar Europa hebben versneld. Rond 5550 v. Chr. waren er al neolithische boeren gevestigd in Griekenland, Bulgarije, Roemenië en langs de kust van de Zee van Marmara. Rond 5000 v. Chr. verspreidde deze cultuur zich snel landinwaarts, langs de dalen van grotere rivieren van zuidoost Europa. De ploeg en eenvoudige irrigatie verschijnen plotseling in Transkaukasië. Deze versnelde uitbreiding van het neolithicum zou kunnen zijn veroorzaakt door de verdrijving van de bewoners van de ondergelopen kusten van de Zwarte Zee. Deze bewoners waren aangepast aan de natuurlijke bronnen hiervan, te weten: de löss, de door water afgezette klei en vochtige leem. >>>
Turneya en Brown: Door het overstromen van de Zwarte Zee zou 72.700 km2 land zijn overstroomd. Het zou in het langzame scenario van Candace O. Major minstens 34 jaar geduurd hebben voor de Zwarte Zee weer op het huidige niveau stond. In het catastrofale scenario van Ryan zou het circa een tot drie jaar geduurd hebben. Hoe dan ook: er moesten circa 145.000 mensen verhuizen. En die hadden een voorkeur voor de beperkt aanwezige rivierdalen en oevers van meren omdat zij water nodig hadden voor hun landbouw, leem voor hun huizen en klei voor hun potten. Dan zou er dus een beperkte keus geweest zijn voor hun woonoorden. En zo gauw deze "vol" waren, vond er migratie plaats. Dit leidde op langere termijn tot het uitbreiden van het Neolithicum naar Europa.
Het is altijd een punt van discussie geweest of de verspreiding van het Neolithicum plaatsvond door door migratie (verhuizing) door bevolkingsdruk dan wel door imitatie (terwijl de bevolkingen op hun plaats bleven). Turneya en Brown stellen een combinatie van beide factoren voor.
- In het Midden-Oosten en Zuid-Anatolië was het Neolithicum al rond 10.900 v. Chr. stevig gevestigd. Men had zich gevestigd in nederzettingen en bedreef landbouw. Rond 8500 v. Chr. begon men ook veeteelt te bedrijven en rond 6500 v. Chr. begon men potten te bakken.
- Eerste migratie. Er is archeologisch bewijs dat aantoont dat rond 7200 v. Chr. landbouw en veeteelt zich naar Cyprus en Griekenland verspreidden via Anatolië. Eenmaal in Griekenland schijnt het Neolithicum zich echter 1000 jaar lang niet verder verspreid te hebben.
- Tijdens de periode van de overstroming van de Zwarte Zee tussen 6300 – 6200 v. Chr. schijnen er geen nieuwe neolithische nederzettingen bijgekomen te zijn.
- Tweede migratie. Vanaf 6200 v. Chr., na de overstroming van de Zwarte Zee, trokken neolithische boeren door de rivierdalen van de Zwarte Zee naar de Balkan waar de neolithische nederzettingen zich snel vermeerderden met een piek rond 5800 v. Chr.
- Imitatie. Rond 6000 v. Chr is de verspreiding van het Neolithicum door migratie gestopt en grotendeels vervangen door verspreiding door imitatie. Doordat er sociale- en handelscontacten waren, keken naburige volkeren de landbouw, veeteelt en het pottenbakken af van de Balkanvolkeren en verspreidde het Neolithicum zich over grote delen van Europa met een piek rond 5300 v. Chr. [25].
- Tweede imitatie. De verdere verspreiding van het Neolithicum stopte tot rond 3700 v. Chr. toen het overgenomen werd in Denemarken en Engeland.
Een verdere mogelijke aanwijzing voor de juistheid van de veronderstellingen van Turneya en Brown is, dat de vroeg-neolithische plaats Çatal Hüyük rond 6200 v. Chr. in verval raakte. De bevolking verspreidde zich over de vlakte. Hoewel men meestal aanneemt dat deze gebeurtenis is veroorzaakt doordat een groep bewoners het oneens was met de sociale orde binnen de nederzetting, zou het verval ook door het binnenvallen van migranten uit de ondergelopen gebieden veroorzaakt kunnen zijn. Ook Cyprus zou immers rond 6000 v. Chr. verlaten zijn [26].
Source
Quaternary Science Reviews 26 (2007) 2036–2041, Catastrophic early Holocene sea level rise, human migration and the Neolithic transition in Europe, Chris S.M. Turneya and Heidi Brown.
- ↑ This can be proven by the low amount of salt in the sediments and the remainings of the fauna of the Black Sea of that time.
- ↑ O16/O18
- ↑ NATURE | VOL 423 | 19 JUNE 2003, Sea-level fluctuations during the last glacial cycle, M. Siddall et al
- ↑ He researched the sediments of the Bosphorus including molluscs. These researches proved that the salinization of the Black Sea started already around 7000 b.C. but because the examined particles were so small, it is possible that after their sedimentation there still was an interchange of oxygen-isotopes because the heavy salt water penetrated a few decimeter into the seabed after the inflow had started.
- ↑ with an oxygen-isotopes-rate whereby the transition from freshwater to saltwater can be demonstrated.
- ↑ aangetoond zijn 2 (of 4) pieken van een hoge verhouding 87Sr/86Sr in de sedimenten samenhangend met het verschijnen van 2 roodbruine, illiet-rijke kleilagen. Er is wel voorgesteld dat de Kaspische zee door smeltwater van de Wolga en lage verdamping (door lage temperatuur) zó hoog stond (50 m boven het huidige peil), dat hij mogelijk is overgevloeid naar de Zwarte Zee
- ↑ hetgeen was gebaseerd op het verschijnen van euryhaline-fauna en sapropeel-sedimenten rond 5600 v. Chr. Maar deze verschenen mogelijk pas nadat het zoutgehalte van de Zwarte Zee na 2000 jaar hoog genoeg was geworden
- ↑ Sapropeel ontstaat in zuurstofloos water. Water wordt zuurstofloos als het verdeeld is in zoete en zoute lagen. Tussen beide waterlagen treedt geen menging op waardoor zuurstofrijk water de bodem niet bereikt. De zuurstof in de onderste laag raakt op. Gelaagd water kon in de Zwarte Zee ontstaan doordat zout water uit de Middellandse Zee rustig de Zwarte Zee instroomde en door zijn grotere soortelijk gewicht de bodem volgde en op deze wijze een zware waterlaag onder het oorspronkelijk zoete Zwarte Zeewater vormde. Bij een catastrofale doorbraak zou snelle vermenging van zoet en zout water waarschijnlijk zijn waardoor geen sapropeel had kunnen ontstaan
- ↑ Er zijn aanwijzingen dat het vollopen van de Zwarte Zee abrupt is begonnen en redelijk snel is verlopen. Ook het overal tegelijkertijd verschijnen van de zout-tolerante fauna suggereert dat de stijging van de Zwarte Zee veroorzaakt werd door de reconnectie.
- ↑ Dinoflagellaten, Ostracoda en bivalven (Dreissena) en Gastropoda
- ↑ De hoeveelheid zuurstofisotopen (δ18O) uit calciumcarbonaat van schelpen kunnen een aanwijzing zijn voor het mengsel van (isotopenrijk) zeewater en (isotopenlicht) rivierwater. Maar verdamping en neerslag veroorzaken eveneens een hoger percentage zuurstofisotopen net als de toevoer van zeewater. De verhouding van strontium 86Sr/87Sr/88Sr isotopen wordt niet beïnvloed door deze factoren en kan dus gebruikt worden als een 'tracer'
- ↑ Bijv. de schelpen van zoet- en zoutwatermollusken hebben een andere isotopenverhouding
- ↑ This can be proven by the low amount of salt in the sediments and the remainings of the fauna of the Black Sea of that time.
- ↑ O16/O18
- ↑ NATURE | VOL 423 | 19 JUNE 2003, Sea-level fluctuations during the last glacial cycle, M. Siddall et al
- ↑ He researched the sediments of the Bosphorus including molluscs. These researches proved that the salinization of the Black Sea started already around 7000 b.C. but because the examined particles were so small, it is possible that after their sedimentation there still was an interchange of oxygen-isotopes because the heavy salt water penetrated a few decimeter into the seabed after the inflow had started.
- ↑ with an oxygen-isotopes-rate whereby the transition from freshwater to saltwater can be demonstrated.
- ↑ aangetoond zijn 2 (of 4) pieken van een hoge verhouding 87Sr/86Sr in de sedimenten samenhangend met het verschijnen van 2 roodbruine, illiet-rijke kleilagen. Er is wel voorgesteld dat de Kaspische zee door smeltwater van de Wolga en lage verdamping (door lage temperatuur) zó hoog stond (50 m boven het huidige peil), dat hij mogelijk is overgevloeid naar de Zwarte Zee
- ↑ hetgeen was gebaseerd op het verschijnen van euryhaline-fauna en sapropeel-sedimenten rond 5600 v. Chr. Maar deze verschenen mogelijk pas nadat het zoutgehalte van de Zwarte Zee na 2000 jaar hoog genoeg was geworden
- ↑ Sapropeel ontstaat in zuurstofloos water. Water wordt zuurstofloos als het verdeeld is in zoete en zoute lagen. Tussen beide waterlagen treedt geen menging op waardoor zuurstofrijk water de bodem niet bereikt. De zuurstof in de onderste laag raakt op. Gelaagd water kon in de Zwarte Zee ontstaan doordat zout water uit de Middellandse Zee rustig de Zwarte Zee instroomde en door zijn grotere soortelijk gewicht de bodem volgde en op deze wijze een zware waterlaag onder het oorspronkelijk zoete Zwarte Zeewater vormde. Bij een catastrofale doorbraak zou snelle vermenging van zoet en zout water waarschijnlijk zijn waardoor geen sapropeel had kunnen ontstaan
- ↑ Er zijn aanwijzingen dat het vollopen van de Zwarte Zee abrupt is begonnen en redelijk snel is verlopen. Ook het overal tegelijkertijd verschijnen van de zout-tolerante fauna suggereert dat de stijging van de Zwarte Zee veroorzaakt werd door de reconnectie.
- ↑ Dinoflagellaten, Ostracoda en bivalven (Dreissena) en Gastropoda
- ↑ De hoeveelheid zuurstofisotopen (δ18O) uit calciumcarbonaat van schelpen kunnen een aanwijzing zijn voor het mengsel van (isotopenrijk) zeewater en (isotopenlicht) rivierwater. Maar verdamping en neerslag veroorzaken eveneens een hoger percentage zuurstofisotopen net als de toevoer van zeewater. De verhouding van strontium 86Sr/87Sr/88Sr isotopen wordt niet beïnvloed door deze factoren en kan dus gebruikt worden als een 'tracer'
- ↑ Bijv. de schelpen van zoet- en zoutwatermollusken hebben een andere isotopenverhouding
- ↑ http://www.volkskrant.nl/wetenschap/article1079642.ece/Nederlander_stamt_af_van_steentijd-jager Nederlander stamt af van steentijd-jager - Wetenschap - de Volkskrant de Volkskrant, Wetenschap]
- ↑ http://nl.wikipedia.org/wiki/Choirokoitia#Levenswijze
- ↑ [1] SCIENCE, 17 AUGUST 2007, VOL 317, Support Is Drying Up for Noah’s Flood Filling the Black Sea,